Linda Boxman

Linda Boxman

 

Eerste Mandoline

Voorzitter

Linda Boxman speelt bij de eerste mandolines en is, samen met Cathy, concertmeester.

Ze is lid van O.N.I. sinds 2000. Ze was bevriend met Merijn Schop, die toen lid was van O.N.I., en hij werd lid bij de Plektrum Melodisten, waar zij al jaren speelde. Zij is toen ook bij O.N.I. gaan spelen. Ze viel met haar neus in de boter. O.N.I. zat precies tussen twee opnamedagen voor de cd ‘Lieder ohne Worte’. Het was even heel hard werken, maar vóór de tweede dag had ze de stukken erin zitten en heeft ze meegedaan met de opnamen. Op deze cd is ze dus maar met een enkel stuk te horen. Ze speelde toen alleen nog geen mandoline bij O.N.I., maar gitaar. Ze mocht kiezen van Cor, of ze mandoline of gitaar ging spelen. En omdat ze bij de Plektrums al mandoline speelde, vond ze het leuk, om dan bij O.N.I. gitaar te doen.

Linda is al vroeg begonnen met spelen. Toen ze 5 jaar oud was, ging ze op mandolineles bij Mien de Rover. Daar ging ze ook al gauw spelen in het orkest, de Plektrum Melodisten. Na een aantal jaar is ze ook gitaar gaan leren spelen, doordat ze haar zusje op gitaarles bracht en dat thuis mee oefende. Op een gegeven moment heeft ze de mandolinelessen vervangen door gitaarlessen, en nog wat later kwamen daar ook altvioollessen bij. En dan is er niets leuker dan ook in een symfonie/kamerorkest te gaan spelen. Zo komt het dat Linda nu ook bij het Merwe Sinfonietta speelt. En dat is niet alles, want inmiddels staat Linda ook al weer bijna 5 jaar als dirigent voor Amati.

Ook binnen O.N.I. heeft Linda een diverse loopbaan doorlopen. Zoals gezegd, begon ze op de gitaar. Na een aantal jaar was er een tekort aan mandolines en is ze mandoline 1 gaan spelen. Daarna heeft ze ook nog een tijd mandoline 2 gespeeld, maar inmiddels is ze al verschillende jaren terug bij de eerste partij.

Linda heeft dus ervaringen in verschillende orkesten. Het is leuk om te zien, dat ieder orkest zijn eigen cultuur en stijl heeft, maar aan de andere kant ook weer verbazingwekkend veel overeenkomsten en dezelfde problemen heeft. Linda zou geen keuze kunnen maken tussen de orkesten. Ieder orkest heeft zijn eigen pluspunten. Bij O.N.I. heeft ze het vooral naar haar zin, omdat het soms hard werken is. Ze vindt het fijn, om goed in te zoomen op een passage en net zo lang door te gaan, tot het ‘goed’ is. Doorspelen is op z’n tijd ook wel fijn, maar juist het streven naar een zo mooi en goed mogelijk resultaat, door naar de details te kijken, is iets, dat O.N.I. kenmerkt, en dat ze fijn vindt. En als het dan uiteindelijk uitgevoerd wordt, nadat je er zo hard voor gewerkt hebt, dan is de voldoening des te groter. Vooral de stukken die de meeste zweetdruppels hebben gekost, leveren het meeste op. En dat brengt haar meteen bij haar lievelingsstuk voor het komende concert. Ze vindt het een mooi programma en er zitten een aantal mooie en interessante stukken tussen, maar favoriet op dit moment is Back to Sirius. Juist vanwege de moeilijkheidsgraad. Het is ook het stuk, dat we het meest en het meest intensief oefenen, dus dat kom goed uit.

Ten slotte nog een wens voor O.N.I.: “Ik hoop, dat O.N.I. een mooie tijd tegemoet gaat. Liefst met wat nieuwe leden, maar vooral met hele mooie muziek. Nog 100 jaar is misschien wat overmoedig, maar als we onze schouders er onder zetten, kan O.N.I. nog best wat mooie momenten mee maken.”